Roedelregels

Binnen de mensenroedel, bestaande uit het gezin en de hond, is het belangrijk om de hiërarchie te bepalen. Door een duidelijke hiërarchie kent de hond zijn plaats. U komt hiermee tegemoet aan de behoeften van de hond: struktuur, regelmaat, rust en het gevoel veilig te zijn. Hij vertoont daardoor minder ongewenst gedrag en respecteert de volwassenen en kinderen in het gezin.
Als voor ieder lid van de mensenroedel de rang wordt bepaald, ontstaat er een duidelijke hiërarchische structuur. Bepaalde omgangsvormen tussen u en uw hond maken hem duidelijk wie hoger of lager in rang staat. Het is belangrijk dat wordt bepaald dat alle mensen hoger in rang zijn dan de hond. Het is ook belangrijk dat er een duidelijk verschil in rangorde wordt opgebouwd tussen de mensen en de hond. Om dit te bereiken spreekt u de hond in zijn eigen taal aan.
 
Hondentaal is niet praten met woorden, maar duidelijk maken met uw houding, uw gezichtsuitdrukking en uw handelen; non-verbale taal. Hondentaal kun u omzetten in regels. Dit zijn roedelregels. Roedelregels worden binnen een groep honden altijd strikt nageleeft.
Een veilige mensenroedel is een gezin waar mens en hond op een veilige en respectvolle manier met elkaar om kunnen gaan. Een mensenroedel waar iedereen zich prettig voelt, kunt u creëeren door onderstaande roedelregels toe te passen. Voorwaarde voor een gezonde mensenroedel is wel dat de regels altijd en overal toegepast worden. Wanneer u de regels niet consequent toepast, kan de hond in verwarring raken. 

Regel 1

De roedelleider slaapt waar hij wil en niemand mag dan bij hem komen. 
 
Wel doen!
De hond nooit in bed laten slapen.
De hond niet in de slaapkamer laten komen.
De hond eventueel ook andere vertrekken ontzeggen. .
De hond alleen na toestemming op schoot laten.
De hond een eigen, veilige, plaats geven

Niet doen!
De hond storen op de eigen plaats.
De hond uw plaats laten innemen.
De hond toestaan dat hij mensen de toegang tot bepaalde plaatsen ontzegt. 


Regel 2

De roedelleider bevindt zich meestal (letterlijk) op een hoger niveau.

Wel doen!
De hond (letterlijk) lager laten zitten door hem te motiveren ergens anders te gaan zitten.
Altijd als eerste de trap oplopen. (indien het nodig is dat de hond de trap op moet.)

Niet doen!
De hond zonder toestemming op schoot laten kruipen.
De hond optillen in bijzijn van een andere persoon of hond.
De hond toestaan dat hij op een hogere plaats gaat zitten.
De hond toestaan dat hij op de vensterbank voorbijgangers wegjaagt 

Regel 3

De roedelleider bepaalt dat er gegeten wordt.
 
Wel doen!
De hond een commando geven voor hij mag beginnen met eten (‘zit, wacht, vrij/eet smakelijk’). 

Niet doen!
De hond iets geven van wat je zelf eet.
De hond iets toestoppen terwijl het gezin aan tafel zit.
Zomaar iets afpakken van de hond. Pas op voor voedselnijd! 

Regel 4

De rangorde wordt eerder bepaald in spel dan in echte gevechten.
 
Wel doen!
Bepaal het verloop van het spel, hou altijd zelf de controle.
Stop direct met spelen wanneer je het gevoel hebt dat de hond de baas wilt spelen.
Denk er steeds aan dat een hond met spelen een hogere rang probeert af te dwingen. 

Niet doen!
Laat de hond nooit de baas spelen tijdens een trekspel of apporteerspel.
Beslis altijd zelf waarmee, wanneer, hoelang en op welke manier er wordt gespeeld. 

Regel 5

De roedelleider wint alle vecht- en krachtspelletjes.
 
Wel doen!
Win het grootste deel van de spelletjes.
Win altijd het laatste spelletje.
Win van een dominante hond alle spellen.
Laat een onderdanige hond af en toe wel een spel winnen. 

Niet doen!
Laat een apporteerspel nooit eindigen door het voorwerp weg te gooien. De hond is dan feitelijk winnaar.
Laat een trekspel nooit eindigen door het voorwerp los te laten. 

Regel 6

Alle leden van de roedel maken plaats voor de hoogste in rang.
 
Wel doen!
Loop altijd door als de hond in de weg ligt. Duw hem rustig aan de kant.

Niet doen!
Laat de hond u niet omver lopen.
Ga niet uit de weg voor de hond.
Stap niet over de hond heen wanneer hij slaapt.
Loop niet met een boogje om de hond heen. 

Regel 7

De hogere in rang gaat altijd eerst door een nauwe doorgang. 
 
Wel doen!
Zorg ervoor dat u als eerste door een deur of poortje gaat.
Laat de hond eerst zitten voordat hij door een nauwe doorgang gaat. 

Niet doen!
Probeer niet met geweld als eerste door een doorgang te gaan.
Laat de hond nooit aan de riem trekken tijdens het uitlaten. 

Regel 8

Alle leden van de roedel tonen elke dag respect voor de roedelleider.
 
Wel doen!
Respecteer elke dag opnieuw alle regels van de roedel.
Respecteer altijd de rangorde.
Zorg ervoor dat bij eten of binnenkomst de mensen altijd als eerste aan bod komen.
Begroet altijd eerst de hogere in rang. Begroet de hond dus als laatste. 

Regel 9

De roedelleider neemt alle beslissingen in de roedel.
 
Wel doen!
Bepaal zelf wanneer er wordt gewandeld, gespeeld en gegeten. 

Niet doen!
Reageer niet wanneer de hond bedelt om eten en aandacht.
Ga niet in op gepiep en andere eisen om te wandelen.

Regel 10

Een lager geplaatste hond gaat altijd naar de hogere toe. Een hogere gaat nooit naar een lagere, alleen om hem te straffen.
 
Wel doen!
Laat de hond altijd naar jou toe komen.
Negeer de hond als je thuiskomst. Begroet hem pas als hij rustig is. 

Regel 11

Negeren is het recht van een hogere.
 
Wel doen!
Negeer de hond regelmatig wanneer je langs loopt.
Negeer de hond wanneer hij tegen je opspringt.
Negeer de hond wanneer hij opdringerig aandacht vraagt.

Niet doen!
Sta niet toe dat de hond jou negeert.*
* Probeer de hond te motiveren om aandacht voor jou te hebben. Zeer dominante honden kunnen negeren om hun hogere rang te bevestigen. Let goed op dat de hond jouw gedrag niet opvat als een uitdaging. Vraag dan advies bij iemand die veel van hondengedrag weet. 

Regel 12

Een hogere heeft het recht om privileges uit te delen.

Wel doen!
Wanneer je de voorgaande regels goed toepast, kun je je hond een paar extraatjes gunnen.
Extraatjes uitdelen mag, maar hoeft niet.