Schoolkind

Samen doen
Kinderen tussen zes en twaalf jaar kunnen steeds meer ondernemen met de hond. Een stevige basis heeft het kind wanneer hij als dreumes, peuter en kleuter al regels heeft geleerd over het omgaan met honden. Ook wanneer een ouder kind voor het eerst in aanraking komt met een hond, is het goed om deze basisregels eerst aan te leren. Daarna kan er bekeken worden in hoeverre het kind activiteiten kan ondernemen met de hond. In deze leeftijdsfase is het kind nog steeds rang afhankelijk. Het kind wordt door de hond vaak steeds als lagere in rang gezien.
Als de rangorde in de mensenroedel in orde is, wordt bij aanwezigheid van de ouder het kind beschouwd als hogere in rang. In de praktijk betekent dit dat de hond het leiderschap over kan nemen wanneer de volwassene weg gaat. Hij ‘mag’ het kind dan corrigeren, wanneer hij dat nodig vindt. Je kunt bedenken dat daar gevaarlijke situaties door kunnen ontstaan.
 
Sterk genoeg?
Vanaf een jaar of zeven gaat een kind zich aan regels houden, omdat hij steeds beter de reden begrijpt. Het kind krijgt meer verantwoordelijkheidsgevoel en kan zich steeds beter inleven in de ander. Ook de lichamelijke ontwikkeling bepaalt wat een kind met een hond kan doen. Lengte helpt mee om overwicht te hebben, maar ook kracht en coordinatie.
De handigheid om een hond te kunnen hanteren is nog onvoldoende ontwikkeld. Kleinere kinderen hebben nog niet de kracht om grote honden onder controle te houden. Wandelen aan de lijn kan eindigen in omver getrokken worden omdat de hond naar een andere hond rent. Of omver gesprongen worden vanwege een al te enthousiaste begroeting. Ook om een hond te kunnen corrigeren moet je beschikken over de coordinatie van even loslaten en dan een stevige ruk geven. Voor de meeste kinderen zal het tot hun tiende duren voor ze zo’n correctie adequaat kunnen uitvoeren.
 
Spelletjes samen doen
Afhankelijk van het ontwikkelingsniveau, het karakter en de leeftijd kan het kind onder toezicht van een volwassene oefeningen, spelletjes en activiteiten met de hond doen. De voorwaarden voor een succesvol verloop van de activiteiten is in de eerste plaats een ouder die door de hond als roedelleider wordt gezien. Het is belangrijk dat deze roedelleider de regels van het spel bepaald. De ouder bepaalt ook de hogere rang van het kind. Natuurlijk is het belangrijk dat het kind op een respectvolle manier met de hond omgaat.
Begin met een niet dominante handeling en voer de graad van dominantie langzaam op. Dit betekent dat het kind eerst samen met de ouder activiteiten doet, waarbij de ouder de dominante commando’s geeft. Het kind doet alleen de ‘leuke’ handelingen zoals het vrij geven van de hond of het commando zoek geven. Indien de hond het commando niet opvolgt, versterkt de ouder de rang van het kind door het commando te herhalen en daarmee te bevestigen.
Afhankelijk van het kind en de hond kan de moeilijkheidsgraad worden opgevoerd. Let hierbij goed op de signalen die de hond uitzend. Naarmate het kind ouder wordt zal de hond accepteren dat het kind hoger in rang staat. Het moment waarop de hond het kind zelfstandig als ranghogere ziet is afhankelijk van de kind-hondcombinatie. Hierbij spelen karakter, temperament en opvoeding een belangrijke rol, zowel van de hond als het kind.